OR wint bij de Ondernemingskamer
donderdag 19 januari 2012
De stichting wilde zich omzetten naar een BV met de huidige directieleden als aandeelhouders. De OR was het weliswaar eens met het argument dat op de snelgroeiende onderneming niet meer goed toezicht gehouden kon worden door de onbezoldigde Raad van Toezicht (RvT). De OR pleitte voor een stichtingsvorm met een professionele en bezoldigde RvT in plaats van een BV. Volgens de OR waren er ook bij de omzetting in een BV onvoldoende garanties voor het in stand houden van het eigen vermogen van de stichting.
De Ondernemingskamer vond dat de ondernemer onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het voorstel van de OR niet wordt gevolgd. Ook is onvoldoende duidelijk welke garanties de ondernemer wil geven over de instandhouding van het vermogen en over de stabiliteit van het aandeelhoudersbestand. De ondernemer moet door het vonnis van de Ondernemingskamer zijn besluit tot omzetting intrekken. Het omzetten van een stichting naar een BV vraagt om toestemming van de rechtbank, omdat de winst van de stichting met een bepaald doel is behaald en die niet zo maar mag wegvloeien naar de aandeelhouders en bestuurders van de BV. Het is overigens nog maar de vraag of een adviesaanvraag wel nodig was; het omzetten naar een andere rechtsvorm wordt niet in de opsomming van adviesplichtige besluiten in artikel 25 van de WOR genoemd. Maar ook in het geval er onverplicht advies wordt gevraagd aan de OR is het mogelijk om gebruik te maken van de geschillenprocedures uit artikel 25 en 26 van de WOR.
Zelf de uitsprtaak van de Ondernemingskamer lezen? Klik hier
Rol van de OR van internationale concerns versterkt door aanpassing WOR
Kamp wil dat iedere OR op de hoogte is van de zeggenschap die het bestuur(der) van de eigen (Nederlandse) onderneming heeft binnen het internationale concern. Dit staat in de Kamerbrief medezeggenschap die minister Kamp op 2 december 2011 naar de Tweede Kamer stuurde. In deze brief verwijst de minister naar de motie Hamer die de Tweede Kamer heeft aangenomen. Die motie verzoekt de regering om te onderzoeken hoe ondernemingsraden beter kunnen worden betrokken bij overnames, fusies, splitsingen of verplaatsingen van (met name) internationale ondernemingen.
Invloed OR binnen internationale ondernemingen
De minister wil naast de informatie die de OR hoort te krijgen ook meer invloed voor de medezeggenschap. Hij verwijst naar het adviesrecht (artikel 25 WOR) en het spreekrecht van de OR in de aandeelhoudersvergadering. Ook kan de vakbond gebruikmaken van het enquêterecht en de Fusiegedragsregels die zijn opgesteld door de SER. Naast de mogelijke aanvulling op de informatieplicht zal Kamp geen aanvullende voorstellen doen om de WOR aan te passen. Hij wil de wet niet nodeloos ingewikkeld maken; het moet voor buitenlandse ondernemingen aantrekkelijk blijven om zich in Nederland te vestigen.
Afschaffing WOR-heffing
In de brief gaat de minster ook in op de afschaffing van de WOR-heffing per 1 januari 2013. Per die datum dragen werkgevers dan geen percentage van de bruto loonsom meer af als heffing voor OR-scholing. In plaats daarvan moet de werkgever de volledige kosten rechtstreeks betalen aan het opleidingsinstituut, zonder recht op subsidie. Minister Kamp wil het officiële wijzigingsvoorstel voor de afschaffing van de WOR-heffing rond juni 2012 toesturen aan de Tweede Kamer.
Zelf de Kamerbrief over de medezeggenschap lezen? Klik hier
Informeren is wezenlijk anders dan vragen laten stellen
Uitspraak
De Ondernemingskamer (OK) vindt dat de ondernemer over de specifieke personele gevolgen van de reorganisatie teveel onduidelijk laat en dat ook doet over het behoud van de werkgelegenheid van de betrokken werknemers. De OK is het met de OR eens dat het sociaal plan - met correctiefactor 1 - als mager moet worden gekenmerkt. Vervolgens vindt de OK dat op de ondernemer de verplichting rust om de OR adequaat te informeren en dat het omdraaien van die verplichting door de OR vragen te laten stellen ten onrechte is. Ondanks de zeven overlegvergaderingen vindt de OK dat het overleg tussen OR en ondernemer onvoldoende inhoud hebben gehad. De OK vindt dat de verantwoordelijkheid voor een behoorlijk verloop van de adviesprocedure bij de ondernemer ligt. Hij is dan ook verantwoordelijk voor de tekortkomingen. Deze opvatting van de OK ligt in lijn met eerdere uitspraken waarin de ondernemer gewezen werd op zijn verantwoordelijkheid voor een ordelijk verloop van de adviesprocedure. Het omdraaien van de rollen door de OR vragen te laten stellen is dan ook niet Opmerkelijk detail in de uitspraak van de OK is dat het feit dat iedereen van wie zijn functie komt te vervallen moet gaan solliciteren om een nieuwe functie. Daarvan zegt de OK in zijn uitspraak dat dit een ‘niet op zichzelf voor de hand liggende methode’ is.
Tips voor inspirerend Artikel 24-overleg
woensdag 7 december 2011
Artikel 24 van de WOR is een belangrijk hulpmiddel om de OR tijdig bij nieuwe plannen te betrekken. Ger Janssen heeft een aantal creatieve mogelijkheden op een rij gezet om er een inspirerende bijeenkomst van te maken.
Artikel 24 geeft aan dat iedere OR met zijn bestuurder en leden van de raad van commissarissen of raad van toezicht minimaal twee keer per jaar een bespreking van de algemene gang van zaken moeten houden. De bestuurder geeft hierbij aan welke ontwikkelingen er op stapel staan die te zijner tijd advies of instemmingspichtig zullen zijn. Ook wordt de bestuurder geacht afspraken te maken over de wijze waarop de OR betrokken is bij deze onderwerpen. Wat de bestuurder gaat zeggen hoort de OR vaak pas tijdens het overleg. Dat maakt het lastig om ter plekke goede vervolgafspraken te maken over de wijze waarop de OR verder betrokken wordt. Voor je het weet ben je wel vroegtijdig geïnformeerd maar niet vroegtijdig betrokken. Iets wat bestuurders ook nog wel eens met elkaar verwarren!
Tip 1: Voorbereiding
Belangrijk is dat de OR vooraf weet welke thema’s de bestuurder in gaat brengen. Zo kan de OR zich hier op voorbereiden door na te denken over:
- Wat zijn voor de OR belangrijke onderwerpen en waar liggen de prioriteiten?
- Welke rol wil de OR bij deze thema’s spelen?
- Hoe wil de OR vorm geven aan deze rol?
- Op welk moment wil de OR betrokken worden? Het is heel verfrissend wanneer de OR aangeeft waar zijn prioriteiten liggen en waar niet!. Zo kunnen OR en bestuurder ook eenvoudiger concrete werkafspraken maken. Niet alles is immers even belangrijk!
Tip 2: Kies voor een andere werkvorm.
Het artikel 24 overleg is uitermate geschikt om eens samen met bestuurder en eventueel leden van de verschillende raden over actuele thema’s te brainstormen. Terugblik- de huidige situatie en een vooruitblik: wat komt er op ons af. Het kan soms niet anders maar als het slechts een agenda punt is op een overlegvergadering laat je waarschijnlijk kansen liggen om eerder en dieper op beleidszaken in te gaan. Probeer het eens uit door je bestuurder voor te stellen een “Benen Op Tafel” overleg; ”Hemdsmouwen gesprek” of “Hei-sessie “ te beleggen. Allemaal termen om een niet alledaags overleg voorbij de waan van de dag aan te duiden. In een brainstorm sessie kunnen alle deelnemers ideeën genereren over de kansen, bedreigingen, sterktes en zwaktes van de organisatie en hoe hier in de toekomst op in te spelen.
Tip 3: Presenteer het verlanglijstje van de OR
Het art. 24 overleg kun je ook gebruiken om tijdig input te leveren voordat de bestuurder met het management een nieuw strategisch beleidsplan vast stelt. Onze ervaring is dat bestuurders vaak blij zijn wanneer de OR zich duidelijk uitspreekt en stelling neemt. Is een gedegen voorbereiding ook goed zichtbaar dan is doorgaans de reactie heel positief wat niet hetzelfde is als instemmend.
Tip 4: Werk met stellingen
Bij uitstek geschikt om een onderwerp bespreekbaar te maken. Let hierbij op de volgende punten:
- Kies een onderwerp dat alle aanwezigen aanspreekt.
- Bedenk bij het formuleren van een stelling dat deze vaak prikkelend en overtrokken is juist om reacties los te maken.
- Positief geformuleerd geeft meer energie en is gewoon prettiger.
- Probeer aan het einde samen met de bestuurder een aantal conclusies te trekken en mogelijke vervolgacties te plannen.
Tip 5: Wist u dat?
Door dit lijstje suggestief in te vullen kan de OR laten zien goed op de hoogte te zijn van wat er speelt in de organisatie en de bestuurder uitdagen plannen concreter te benoemen.
Tip 6: “In de wandelgangen”
Een OR kan het zich in de regel niet permitteren om zomaar een gerucht in de wandelgangen in te brengen. U zult verbaast staan van de reactie van uw bestuurder wanneer u er in slaagt op speelse wijze met de nodige humor de onderwerpen uit de wandelgangen in vraagvorm voor te leggen.
Tip 7: Waar ligt u wakker van?
Menig bestuurder heeft de neiging om hier in eerste instantie een stoer antwoord op te geven. Verlegt u de vraag naar ; waar maakt u zich echt zorgen over dan is er een flinke kans dat op een menselijke maat als snel de kern op tafel komt. In een goede verstandhouding kan de OR natuurlijk ook zelf als eerste kiezen voor deze open opstelling.
Tip 8: De OR als uw antenne en uw ambassadeur
Vrijwel elke bestuurder wil weten wat er leeft en speelt in de organisatie en verwacht van de OR relevante signalen. Maar al te graag wil de bestuurder dat het uiteindelijk vastgestelde beleid ook uitgedragen en gesteund wordt door de OR. Is dit niet een ‘kwestie van geven en nemen’ waar heel subtiel en zakelijk een balans in gevonden dient te worden?
Op genoemde tips zijn natuurlijk weer allerlei varianten mogelijk. De formele tekst van artikel 24 laten we hier verder buiten beschouwing. Weet echter dat het formele kader op geen enkele wijze een creatieve aanpak van het artikel 24 overleg in de weg staat!
Wijziging Wet arbeid en zorg & Arbeidstijdenwet
Inhoud van de richtlijn
De nieuwe richtlijn bevat op hoofdlijnen de volgende nieuwe elementen ten opzichte van de huidige richtlijn:
- uitbreiding van de werkingssfeer tot werknemers die op basis van deeltijd, een tijdelijk contract of een uitzendovereenkomst werkzaam zijn;
- verlenging van de minimale periode van ouderschapsverlof van drie tot vier maanden, waarvan ten minste een maand niet tussen de partners overdraagbaar is;
- beoordeling of de voorwaarden voor het opnemen van ouderschapsverlof voor ouders van kinderen met een handicap of chronische ziekte aanpassing behoeven, alsmede of voor adoptiefouders aanvullende maatregelen nodig zijn;
- een verbod op alle vormen van minder gunstige behandeling of ontslag vanwege de aanvraag of opname van ouderschapsverlof;
- een expliciete bepaling dat de inkomensaspecten van (het gebruik van) ouderschapsverlof ter beoordeling zijn van de nationale overheden of sociale partners;
- een recht van de werknemer om na terugkomst van het ouderschapsverlof voor een bepaalde periode te verzoeken om aangepaste arbeidstijden of -patronen.
Bedrijf vaart wel met OR
De onderzoeker deed onder andere onderzoek naar acht casestudies naar besluitvormingsprocessen in organisaties. Daaruit bleek telkens dat de ondernemingsraad overtuigend bijdraagt aan de organisatieresultaten. De onderzoeker ziet drie kanalen die nodig zijn voor het bevorderen van economische groei:
- nieuwe informatie en oplossingen; de OR beschikt immers over de kennis en de contacten op de werkvloer.
- Acceptatie van de managementplannen door werkvloer; de OR draagt bij aan het draagvlak.
- Blokkeren en corrigeren van managementgedrag dat niet in het belang van de onderneming is; de OR doet dat ondermeer door kritische vragen en vroegtijdige beïnvloeding.
De voorwaarden die nodig zijn voor de OR om in elk van deze kanalen succesvol te zijn verschillen onderling. Zo is er op enigerlei wijze macht nodig; subtiel of daadkrachtig. Daardoor heeft de OR een positie in de besluitprocessen. De OR moet met legitieme argumenten komen, zodat bestuurder en MT overtuigd raken door het draagvlak voor de standpunten van de OR. Ook is urgentie van belang, zodat er druk en noodzaak ontstaat om besluiten te nemen. Tot slot is er complementariteit; de OR is in visie en kennis aanvullend aan bestuurder en MT.
WOR-heffing vervalt definitief
Minister Kamp heeft in een brief aan de Tweede Kamer bekend gemaakt wat hij heeft besloten over de afschaffing van de WOR-heffing van 0,01 procent van de bruto loonsom voor ondernemers. Daarmee komt ook een einde aan de bijdrageregelingen voor OR-scholingen via het GBIO. De SER komt met een richtbedrag per dagdeel zodat de OR-leden houvast hebben bij het bespreken van hun scholingsprogramma en -budget met de bestuurder. Het is de bedoeling dat op 1-1-2013 het besluit van kracht wordt. Hij heeft ook een besluit genomen over de aanpassingen in de WOR.
In eerste instantie is er ook sprake geweest van aanpassingen van een aantal praktische knelpunten in de WOR. Daarover heeft de SER destijds unaniem aan de minister geadviseerd, maar inmiddels hebben een tweetal vakorganisaties hun standpunt daarover gewijzigd. Het gaat om de mogelijkheid dat een OR in een specifiek geval afziet van uitoefening van zijn advies- of instemmingsrecht. Het tweede had betrekking op de zogenoemde ondernemingsovereenkomst, waarin OR en bestuur afspraken zouden kunnen maken over de invulling van bepaalde begrippen uit de WOR. Omdat het SER-advies niet meer unaniem gedragen wordt doet de minister niets met de voorgestelde aanpassingen.
Internationale ondernemingen
Minister Kamp heeft ook een besluit genomen over ´de motie Hamer´. In deze motie werd de regering verzocht te onderzoeken ‘hoe ondernemingsraden intensiever betrokken kunnen worden bij overnames, fusies, splitsingen of verplaatsingen van in het bijzonder internationale ondernemingen, en welke mogelijkheden er zijn om het adviesrecht en het instemmingsrecht te versterken’. Hij gaat daarom de wet aanvullen met een bepaling over de informatieplicht in het kader van internationale concernverhoudingen. “De OR moet op de hoogte zijn hoe de zeggenschap van het bestuur van de Nederlandse onderneming binnen het concern is geregeld, want dit bestuur is de gesprekspartner voor de OR”, aldus minister Kamp. Daarbij is het ook van belang dat de informatie tijdig wordt gegeven.
Zelf de brief van Minister Kamp lezen? Klik hier
